Vertaling van vorgehen

Inhoud:

Duits
Nederlands
verfahren, vorgehen, vorschreiten {ww.}
te werk gaan
agieren, handeln, verfahren, vorgehen, wirken, tätig sein, machen, sich verhalten, einwirken {ww.}
doen 
te werk gaan
optreden 
bezig zijn
ageren
handelen

ich werde vorgehen
du wirst vorgehen
er/sie/es wird vorgehen

ik zal doen
jij zult doen
hij/zij/het zal doen
» meer vervoegingen van doen

Was muss ich machen?
Wat moet ik doen?
Was werden Sie heute Abend machen?
Wat ga je vanavond doen?
agieren, handeln, verfahren, vorgehen, wirken, tätig sein, machen, sich verhalten, einwirken {ww.}
doen 
handelen
te werk gaan
bezig zijn
ageren
optreden 

ich werde vorgehen
du wirst vorgehen
er/sie/es wird vorgehen

ik zal doen
jij zult doen
hij/zij/het zal doen
» meer vervoegingen van doen

Wir müssen speditiv handeln.
We moeten snel handelen.
Warum muss ich das machen?
Waarom moet ik dat doen?
vorangehen, voraus sein, vorgehen {ww.}
voor zijn
voorafgaan

ich werde vorgehen
du wirst vorgehen
er/sie/es wird vorgehen

ik zal voorafgaan
jij zult voorafgaan
hij/zij/het zal voorafgaan
» meer vervoegingen van voorafgaan

früh sein, vorgehen {ww.}
voorlopen
voorgaan

ich werde vorgehen
du wirst vorgehen
er/sie/es wird vorgehen

ik zal voorlopen
jij zult voorlopen
hij/zij/het zal voorlopen
» meer vervoegingen van voorlopen

agieren, handeln, verfahren, vorgehen, wirken, tätig sein, machen, sich verhalten, einwirken {ww.}
doen 
handelen
te werk gaan
bezig zijn
ageren
optreden 
tussenkomen

ich werde vorgehen
du wirst vorgehen
er/sie/es wird vorgehen

ik zal doen
jij zult doen
hij/zij/het zal doen
» meer vervoegingen van doen

Sie machen es jede Woche.
Ze doen het elke week.
Handlungsweise [v] (die ~), Auftreten [o] (das ~), Vorgehen [o] (das ~) {zn.}
handelwijze
Aktion [v] (die ~), Handeln, Tun, Wirken, Vorgehen [o] (das ~), Handlung [v] (die ~) {zn.}
toedoen
optreden 
werking  [v]
handeling [v]
gedoe [o]
actie  [v]