Vertaling van machen
wir machen
sie machen
wij doen
zij doen
» meer vervoegingen van doen
wir machen
sie machen
wij doen
zij doen
» meer vervoegingen van doen
wir machen
sie machen
wij maken
zij maken
» meer vervoegingen van maken
wir machen
sie machen
wij doen
zij doen
» meer vervoegingen van doen
wir machen
sie machen
wij doen
zij doen
» meer vervoegingen van doen
wir machen
sie machen
wij regelen
zij regelen
» meer vervoegingen van regelen
wir machen
sie machen
wij geven
zij geven
» meer vervoegingen van geven
wir machen
sie machen
wij doen
zij doen
» meer vervoegingen van doen
Voorbeelden in zinsverband
Was muss ich machen?
Wat moet ik doen?
Was machen Sie da?
Wat doe je hier?
Machen wir's kurz.
Maak het kort.
Ich werde Sie glücklich machen.
Ik zal u gelukkig maken.
Einer von uns zwei muss das machen.
Een van ons tweeën moet het doen.
Lasst uns eine kurze Pause machen.
Laten we een korte pauze nemen.
Wir sollten etwas wie das machen.
We zouden iets dan dit gaan doen.
Machen Sie sich keine Sorgen um mich.
Maak u maar geen zorgen over mij.
Du kannst es nicht jedem Recht machen.
Ge kunt niet voor iedereen goed doen.
Was werden Sie heute Abend machen?
Wat ga je vanavond doen?
Er hat Angst, Fehler zu machen.
Hij is bang fouten te maken.
Du kannst dir selbst einen machen.
U kunt uw eigen maken.
Bitte machen Sie hier keine Fotos.
Geen foto's nemen alsjeblieft.
Sie brauchen das nicht sofort zu machen.
Je moet het niet meteen doen.
Es ist nicht genug Licht, um Fotos zu machen.
Het is niet licht genoeg om foto's te nemen.