Vertaling van Mal

Inhoud:

Duits
Nederlands
Mal [o] (das ~) {zn.}
keer 
maal 
Dies ist das erste Mal.
Dit is de eerste keer.
Das ist das letzte Mal.
Dit is de laatste keer.
mal, einmal, eines Tages {bw.}
eens
op een keer

Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Hör mal!

Luister!

Hast du mal Feuer?

Hebt ge een aansteker?

Versucht es noch mal.

Probeer opnieuw.

Mal sehen, was passiert!

Laten we zien wat er gebeurt.

Mal sehen, was passiert!

Laten we zien wat er gebeurt.

Denk doch mal nach!

Denk even na.

Hoffen wir's mal.

Laten we het hopen.

Nun mal langsam, junger Mann.

Niet zo vlug, jonge vriend.

Dies ist das erste Mal.

Dit is de eerste keer.

Lass uns mal was ausprobieren.

Laat ons iets proberen.

Lassen Sie mich mal sehen.

Laat zien.

Probiere es einfach mal aus!

Probeer het gewoon eens.

Das ist das letzte Mal.

Dit is de laatste keer.

Schau dir das mal an.

Kijk eens naar dit.

Warst du mal ernsthaft krank?

Heb je ooit een ernstige ziekte gehad?


Gerelateerd aan Mal

mal - einmal - eines Tages