Vertaling van abgrenzen

Inhoud:

Duits
Nederlands
abgrenzen {ww.}
scheiden 

ich werde abgrenzen
du wirst abgrenzen
er/sie/es wird abgrenzen

ik zal scheiden
jij zult scheiden
hij/zij/het zal scheiden
» meer vervoegingen van scheiden

abgrenzen {ww.}
grenzen
begrenzen 

ich werde abgrenzen
du wirst abgrenzen
er/sie/es wird abgrenzen

ik zal begrenzen
jij zult begrenzen
hij/zij/het zal begrenzen
» meer vervoegingen van begrenzen

anberaumen, determinieren, bestimmen, festlegen, festsetzen, abgrenzen, ermitteln {ww.}
determineren
nauwkeurig bepalen

ich werde abgrenzen
du wirst abgrenzen
er/sie/es wird abgrenzen

ik zal determineren
jij zult determineren
hij/zij/het zal determineren
» meer vervoegingen van determineren


Gerelateerd aan abgrenzen

anberaumen - determinieren - bestimmen - festlegen - festsetzen - ermitteln