Vertaling van bequem

Inhoud:

Duits
Nederlands
bequem, gelegen, gemächlich {bn.}
doelmatig
gemakkelijk 
geschikt 
gepast
passend
bequem, gemächlich, wohnlich {bn.}
comfortabel
gemakkelijk 
geriefelijk
gerieflijk
welbehaaglijk
geläufig, leicht, mühelos, einfach, bequem, gewandt, flink, beschwingt {bn.}
licht 
makkelijk
gemakkelijk 
vlot 


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Setzt euch auf das Sofa und macht es euch bequem.

Gaat u lekker op de bank zitten en maak het uzelf gemakkelijk.

Machen Sie es sich bequem!

Maak het je gemakkelijk!


Gerelateerd aan bequem

gelegen - gemächlich - wohnlich - geläufig - leicht - mühelos - einfach - gewandt - flink - beschwingt