Vertaling van besitzen

Inhoud:

Duits
Nederlands
besitzen {ww.}
erop nahouden
rijk zijn
bezitten 

wir besitzen
sie besitzen

wij bezitten
zij bezitten
» meer vervoegingen van bezitten

haben, besitzen {ww.}
hebben 
erop nahouden

wir besitzen
sie besitzen

wij hebben
zij hebben
» meer vervoegingen van hebben

Wir haben Geld nötig.
We hebben geld nodig.
Wir haben keinen Zucker.
We hebben geen suiker.


Gerelateerd aan besitzen

haben