Vertaling van ergreifen

Inhoud:

Duits
Nederlands
erbeuten, ergreifen, ertappen, erwischen, fangen, fassen {ww.}
vangen
vastpakken
beetkrijgen
beetnemen 
pakken
vatten 

wir ergreifen
sie ergreifen

wij vangen
zij vangen
» meer vervoegingen van vangen

Katzen fangen Mäuse.
Katten vangen muizen.
Wir haben Fallen ausgelegt, um Kakerlaken zu fangen.
We zetten vallen om kakkerlakken te vangen.
bewegen, erschüttern, rühren, ergreifen {ww.}
aangrijpen 
bewegen 
ontroeren

wir ergreifen
sie ergreifen

wij grijpen aan
zij grijpen aan
» meer vervoegingen van aangrijpen

entnehmen, ergreifen {ww.}
uitlichten
uitnemen
wegnemen

wir ergreifen
sie ergreifen

wij lichten uit
zij lichten uit
» meer vervoegingen van uitlichten

greifen, ergreifen {ww.}
beetpakken 
grijpen
vatten 

wir ergreifen
sie ergreifen

wij pakken beet
zij pakken beet
» meer vervoegingen van beetpakken

greifen, angreifen, ergreifen {ww.}
aangrijpen 
bemachtigen 
grijpen
vastgrijpen

wir ergreifen
sie ergreifen

wij grijpen aan
zij grijpen aan
» meer vervoegingen van aangrijpen


Gerelateerd aan ergreifen

erbeuten - ertappen - erwischen - fangen - fassen - bewegen - erschüttern - rühren - entnehmen - greifen - angreifen