Vertaling van gebrauchen

Inhoud:

Duits
Nederlands
anwenden, benutzen, brauchen, gebrauchen, verwenden, verwerten {ww.}
gebruiken 
benutten 
aanwenden 

wir gebrauchen
sie gebrauchen

wij gebruiken
zij gebruiken
» meer vervoegingen van gebruiken

Kann ich das Fahrrad benutzen?
Mag ik deze fiets gebruiken?
Darf ich deinen Bleistift benutzen?
Mag ik jouw potlood gebruiken?


Gerelateerd aan gebrauchen

anwenden - benutzen - brauchen - verwenden - verwerten