Vertaling van ordentlich

Inhoud:

Duits
Nederlands
gehörig, gebührend, geziemend, anständig, schicklich, dezent, tüchtig, ordentlich, angebracht, passend, angemessen, zusagend {bn.}
behoorlijk 
betamelijk 
fatsoenlijk
keurig
voegzaam
welvoeglijk
akkurat, genau, sorgfältig, ordentlich, pünktlich, richtig, exakt, präzis {bn.}
tijdig
vroegtijdig
accuraat
nauwgezet
nauwkeurig
prompt
stipt
zorgvuldig 
punctueel
akkurat, sorgfältig, ordentlich, genau, pünktlich, richtig, exakt, präzis {bw.}
accuraat
nauwgezet
precies