Vertaling van plagen

Inhoud:

Duits
Nederlands
plagen {ww.}
pesten
plagen 

wir plagen
sie plagen

wij pesten
zij pesten
» meer vervoegingen van pesten

plagen {zn.}
teisteren
plagen 
umgehen, spuken, heimsuchen, verfolgen, plagen, quälen, umgehen in, spuken in {ww.}
vervolgen
kwellen

wir plagen
sie plagen

wij vervolgen
zij vervolgen
» meer vervoegingen van vervolgen



Gerelateerd aan plagen

umgehen - spuken - heimsuchen - verfolgen - quälen - umgehen in - spuken in