Vertaling van wieder-

Inhoud:

Duits
Nederlands
rück-, wieder, wieder-, zurück, zurück-
her-
re-
terug-
weer-
abermals, von neuem, wieder, wiederholt, zurück {bw.}
nogmaals 
van voren af aan
weder
wederom
weer 
alweer 
abermalig, abermals, von neuem, wieder {bw.}
nogmaals 
opnieuw
van voren af aan
wederom
weer 
alweer 
weder


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Ist er wieder durchgefallen?

Heeft hij opnieuw gefaald?

Es regnet wieder.

Het is weer aan het regenen.

Bin gleich wieder da.

Ik ben zo terug.

Er wird bald wieder gesund.

Hij zal snel beter worden.

Ich sah ihn nie wieder.

Ik zag hem nooit weer.

Argh! Mein Computer hat sich wieder aufgehängt.

Jemig! M'n computer is alweer vastgelopen!

Ich wünschte, ich wäre wieder jung.

Ik zou willen opnieuw jong zijn.

Wir gehen hin und wieder angeln.

We gaan van tijd tot tijd vissen.

Komm nicht wieder zu spät zur Schule.

Kom niet weer te laat op school.

Ich werde es nie wieder machen.

Ik zal het nooit meer doen.

Und wieder ging ein Tag zu Ende.

En weer ging een dag voorbij.

Ich habe es immer wieder versucht.

Ik heb keer op keer geprobeerd.

Ich wünschte, ich wäre wieder jung.

Ik zou willen opnieuw jong zijn.

Ich wünschte, ich wäre wieder jung.

Ik zou willen opnieuw jong zijn.

Ich will dich nie wieder sehen.

Ik wil je nooit meer zien.


Gerelateerd aan wieder-

rück- - wieder - zurück - zurück- - abermals - von neuem - wiederholt - abermalig