Vertaling van zählen

Inhoud:

Duits
Nederlands
zählen, vorzählen {ww.}
opsommen
zählen, aufzählen {ww.}
tellen 
neertellen
aftellen
Er kann nicht zählen.
Hij kan niet tellen.
Mein Sohn kann schon bis hundert zählen.
Mijn zoon kan al tot honderd tellen.
zahlen, abzahlen, auszahlen, bezahlen, einzahlen, entrichten {ww.}
betalen 
voldoen
uitkeren
uitbetalen
storten
dokken

wir zahlen
sie zahlen

wij betalen
zij betalen
» meer vervoegingen van betalen

Plötzlich fiel mir ein, dass ich so viele Bücher gar nicht bezahlen konnte.
Plotseling herinnerde ik me dat ik zoveel boeken niet kon betalen.
"Unser Chef bestand auf dem Preis", erklärte die Ladeninhaberin. "Aber wissen Sie, Sie brauchen mir die 0.99 nicht in Kopeken zu bezahlen. Wenn Sie wollen, können Sie…
"Onze baas heeft aangedrongen op die prijs," legde de verkoopster uit. "Maar weet u, u hoeft me geen 0,99 in kopeken te betalen. U mag meer betalen


Voorbeelden in zinsverband

Duits
Nederlands

Er kann nicht zählen.

Hij kan niet tellen.

Auf ihn kann man zählen.

Op hem kan gerekend worden.

Man kann auf ihn zählen.

Op hem kan je rekenen.

Mein Sohn kann schon bis hundert zählen.

Mijn zoon kan al tot honderd tellen.

Sie ist erst zwei Jahre alt, aber schon in der Lage, bis hundert zu zählen.

Ze is nog maar twee jaar, maar ze kan al tot 100 tellen.

Sie ist erst zwei Jahre alt, aber schon in der Lage, bis hundert zu zählen.

Ze is nog maar twee jaar, maar ze kan al tot 100 tellen.

Es sind so viele Sterne am Himmel, ich kann sie nicht alle zählen.

Er staan zoveel sterren aan de hemel, ik kan ze niet allemaal tellen.


Gerelateerd aan zählen

vorzählen - aufzählen - zahlen - abzahlen - auszahlen - bezahlen - einzahlen - entrichten