Vertaling van able

Inhoud:

Engels
Nederlands
able {bn.}
bevoegd 
geschoold
vakbekwaam
able, competent, accomplished, capable, efficient, skilled {bn.}
bevoegd 
competent
deskundig
vakkundig
zaakkundig
able, capable, competent {bn.}
bekwaam 
capabel
kundig
adroit, able, proficient, capable, handy, skilful, skilled, smart, adept, accomplished, apt {bn.}
bedreven 
behendig 
bekwaam 
handig 
vaardig

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

I'm able to ski.

Ik kan skiën.

I'm able to run.

Ik kan rennen.

I'm able to swim.

Ik kan zwemmen.

Madonna is able to sing.

Madonna kan zingen.

They're able to speak Spanish.

Zij kunnen Spaans spreken.

He's able to speak Japanese.

Hij kan Japans spreken.

That we are not able to do.

Wij zijn niet in staat om dat te doen.

That he would be able to do.

Hij zou in staat zijn dat te doen.

The baby is able to walk.

De baby kan lopen.

He isn't able to buy a car.

Hij is niet in staat een auto te kopen.

I'm not able to translate this sentence.

Ik kan deze zin niet vertalen.

Tom is not yet able to swim.

Tom kan nog niet zwemmen.

He is able to speak Japanese.

Hij kan Japans spreken.

He may be able to come tomorrow.

Misschien kan hij morgen komen.

He is able to speak five languages.

Hij kan vijf talen spreken.


Gerelateerd aan able

competent - accomplished - capable - efficient - skilled - adroit - proficient - handy - skilful - smart - adept - apt