Vertaling van handy

Inhoud:

Engels
Nederlands
adroit, able, proficient, capable, handy, skilful, skilled, smart, adept, accomplished, apt {bn.}
bedreven 
behendig 
bekwaam 
handig 
vaardig
convenient, handy, opportune, advantageous, comfortable, useful {bn.}
doelmatig
gemakkelijk 
geschikt 
gepast
passend
handy, ready to hand {bn.}
gebruikersvriendelijk
close, near, nearby, next, adjacent, handy, local {bn.}
aanstaand 
eerstvolgend
komend
handy, ready to hand {bn.}
nuttig
dienstbaar
dienstig
nut

Gerelateerd aan handy

adroit - able - proficient - capable - skilful - skilled - smart - adept - accomplished - apt - convenient - opportune - advantageous - comfortable - usefulbang-up - suitable