Vertaling van accomplished

Inhoud:

Engels
Nederlands
accomplished {bn.}
uitgemaakt
voldongen
accomplished {bn.}
beschaafd 
welopgevoed
accomplished {bn.}
volleerd
accomplished, existing {bn.}
voldongen
able, competent, accomplished, capable, efficient, skilled {bn.}
bevoegd 
competent
deskundig
vakkundig
zaakkundig
experienced, expert, accomplished, adept, conversant, skilled {bn.}
deskundig
ervaren 
geoefend
zaakkundig
gifted, talented, accomplished {bn.}
begaafd 
talentvol
adroit, able, proficient, capable, handy, skilful, skilled, smart, adept, accomplished, apt {bn.}
bedreven 
behendig 
bekwaam 
handig 
vaardig
to accomplish, to attain, to get, to reach, to achieve, to arrive at {ww.}
bereiken 
reiken tot
inhalen
behalen 

I accomplished
you accomplished
he/she/it accomplished

ik bereikte
jij bereikte
hij/zij/het bereikte
» meer vervoegingen van bereiken

You can reach me at this number.
Je kunt me op dit nummer bereiken.
If you take this bus, you will reach the village.
Als ge deze bus neemt, zult ge het dorp bereiken.
to achieve, to act out, to carry through, to conduct, to implement, to secure, to accomplish {ww.}
bewerkstelligen
doorvoeren
tot stand brengen
verwezenlijken

I accomplished
you accomplished
he/she/it accomplished

ik bewerkstelligde
jij bewerkstelligde
hij/zij/het bewerkstelligde
» meer vervoegingen van bewerkstelligen

to accomplish, to achieve, to keep, to observe, to perform, to exercise, to fulfil, to meet, to execute, to abide, to abide by {ww.}
nakomen
naleven
uitvoeren 
verrichten
vervullen
voltrekken

I accomplished
you accomplished
he/she/it accomplished

ik kwam na
jij kwam na
hij/zij/het kwam na
» meer vervoegingen van nakomen

to accomplish, to achieve, to finish, to consummate, to output, to perform, to produce {ww.}
volbrengen
voltooien 
klaren

I accomplished
you accomplished
he/she/it accomplished

ik volbracht
jij volbracht
hij/zij/het volbracht
» meer vervoegingen van volbrengen

Without her help, I could not finish my task.
Zonder haar hulp kon ik mijn opdracht niet volbrengen.
The task is so difficult that I cannot accomplish it.
De taak is zo moeilijk dat ik het niet kan volbrengen.
to accomplish, to achieve, to attain, to reach {ww.}
bereiken
toekomen
halen
komen

I accomplished
you accomplished
he/she/it accomplished

ik bereikte
jij bereikte
hij/zij/het bereikte
» meer vervoegingen van bereiken

Given good weather, we will reach there tomorrow.
Als het weer goed is, bereiken we die plek morgen.
Mary will stop at nothing to achieve her goal.
Mary stopt voor niets of niemand om haar doel te bereiken.
to accomplish, to action, to carry out, to carry through, to execute, to fulfil, to fulfill {ww.}
doorvoeren

I accomplished
you accomplished
he/she/it accomplished

ik voerde door
jij voerde door
hij/zij/het voerde door
» meer vervoegingen van doorvoeren

to accomplish, to action, to carry out, to carry through, to execute, to fulfil, to fulfill {ww.}
treffen
uitvoeren

I accomplished
you accomplished
he/she/it accomplished

ik trof
jij trof
hij/zij/het trof
» meer vervoegingen van treffen

to accomplish, to action, to carry out, to carry through, to execute, to fulfil, to fulfill {ww.}
uitvreten
uitsteken
uithalen
uitspoken
uitrichten
sjouwen
uitvoeren

I accomplished
you accomplished
he/she/it accomplished

ik vrat uit
jij vrat uit
hij/zij/het vrat uit
» meer vervoegingen van uitvreten

to accomplish, to action, to carry out, to carry through, to execute, to fulfil, to fulfill {ww.}
kwijten

I accomplished
you accomplished
he/she/it accomplished

ik kweet
jij kweet
hij/zij/het kweet
» meer vervoegingen van kwijten

to accomplish, to action, to carry out, to carry through, to execute, to fulfil, to fulfill {ww.}
afleggen

I accomplished
you accomplished
he/she/it accomplished

ik legde af
jij legde af
hij/zij/het legde af
» meer vervoegingen van afleggen


Gerelateerd aan accomplished

existing - able - competent - capable - efficient - skilled - experienced - expert - adept - conversant - gifted - talented - adroit - proficient - handycause - go - work - accomplish