Vertaling van affection

Inhoud:

Engels
Nederlands
affection, affect {zn.}
emotie 
aandoening 
affection {zn.}
genegenheid [v]
affectie [v]
The baby transferred its affection to its new mother.
De baby draagt zijn genegenheid over aan haar nieuwe moeder.
love, affection {zn.}
liefde 
min 
affectie [v]
Tom didn't know how to accept Mary's love and affection.
Tom wist niet hoe Mary's liefde en tederheid te aanvaarden.
Love and Peace.
Liefde en vrede.
love, value, worth, affection {zn.}
kostbaarheid [v]
duurte [v]
attachment, adherence, affection {zn.}
toegenegenheid [v]
aanhankelijkheid  [v]
tendency, bias, slant, thrust, trend, affection {zn.}
tendens 
trend
tendentie [v]
stroming [v]
strekking [v]
stemming  [v]
richting  [v]

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

The baby transferred its affection to its new mother.

De baby draagt zijn genegenheid over aan haar nieuwe moeder.

Tom didn't know how to accept Mary's love and affection.

Tom wist niet hoe Mary's liefde en tederheid te aanvaarden.


Gerelateerd aan affection

affect - love - value - worth - attachment - adherence - tendency - bias - slant - thrust - trend