Vertaling van braid

Inhoud:

Engels
Nederlands
to braid, to plait, to twine, to wreathe {ww.}
vlechten

I braid
you braid
we braid

ik vlecht
jij vlecht
wij vlechten
» meer vervoegingen van vlechten

braid, wicker work {zn.}
vlechtwerk
vlecht 
braid, fillet, string, tie {zn.}
band [m]
braid, plait, tress, twist {zn.}
tres
haarstreng
haarvlecht
vlecht [m] (de ~)
trimming, braid, trim {zn.}
passement
belegsel [o]
braid, braiding, gold braid {zn.}
galon [m] (de/het ~)

Gerelateerd aan braid

plait - twine - wreathe - wicker work - fillet - string - tie - tress - twist - trimming - trim - braiding - gold braidhank - edging