Vertaling van cheek

Inhoud:

Engels
Nederlands
cheek {zn.}
wang  [v]
koon [v]
kaak  [v]
She kissed him on the cheek.
Ze kuste hem op de wang.
She kissed her father on the cheek.
Ze kuste haar vader op de wang.
cheek {zn.}
wang [m] (de ~)
wangetje
koon [m] (de ~)
She kissed me on the cheek and said goodnight.
Ze kuste me op mijn wang en zei goedenacht.
buttock, cheek {zn.}
heupworp [m] (de ~)
buttock, cheek {zn.}
bil [m] (de ~)
buttock, cheek {zn.}
heupzwaai

Gerelateerd aan cheek

buttockbody part - play - component - sweep - steak