Vertaling van computer

Inhoud:

Engels
Nederlands
computer {zn.}
computer  [m]
I want a computer.
Ik wil een computer.
My computer has frozen.
Mijn computer is vastgelopen.
computer, computing device, computing machine, data processor, electronic computer, information processing system {zn.}
computer [v] (de ~)
I have a computer.
Ik heb een computer.
Do you have a computer at home?
Heb je thuis een computer?
actuary, calculator, computer, estimator, figurer, reckoner {zn.}
archiefmedewerker [m]
offertecalculator
calculator, computer, estimator, figurer, reckoner {zn.}
rekentabel
calculator, computer, estimator, figurer, reckoner {zn.}
rekentafel

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

This is my computer.

Hierdie is my rekenaar.

I want a computer.

Ik wil een computer.

My computer has frozen.

Mijn computer is vastgelopen.

I have a computer.

Ik heb een computer.

A virus infected Tom's computer.

Een virus heeft Toms computer besmet.

I cannot fix the computer.

Ik kan de computer niet repareren.

A computer is a complex machine.

Een computer is een ingewikkelde machine.

I had my personal computer repaired.

Ik heb mijn computer laten repareren.

Argh! My computer froze up again.

Jemig! M'n computer is alweer vastgelopen!

Only she can use the computer.

Alleen zij kan de computer gebruiken.

My computer is my best friend.

Mijn computer is mijn beste vriend.

Do you have a computer at home?

Heb je thuis een computer?

My computer has got to be useful for something.

Mijn computer moet ergens goed voor zijn.

I bought a computer of the best quality.

Ik heb een computer van de hoogste kwaliteit gekocht.

The computer is often compared to the human brain.

Computers worden vaak vergeleken met het menselijk brein.