Vertaling van cried ,

Inhoud:

Engels
Nederlands
to cry out, to scream, to shout, to call, to cry, to call out {ww.}
schreeuwen 
joelen
roepen 
gieren

I cried
you cried
he/she/it cried

ik schreeuwde
jij schreeuwde
hij/zij/het schreeuwde
» meer vervoegingen van schreeuwen

I heard a woman scream.
Ik hoorde een vrouw schreeuwen.
to shed tears, to weep, to cry {ww.}
huilen
tranen
traanogen

I cried
you cried
he/she/it cried

ik huilde
jij huilde
hij/zij/het huilde
» meer vervoegingen van huilen

Please don't cry.
Niet huilen alsjeblieft.
He began to cry.
Hij begon te huilen.
to cry, to weep {ww.}
huilen
wenen
schreien
krijten

I cried
you cried
he/she/it cried

ik huilde
jij huilde
hij/zij/het huilde
» meer vervoegingen van huilen

I began to cry.
Ik begon te huilen.
You began to cry.
Je begon te huilen.
to howl, to cry, to yell, to bawl {ww.}
brullen
huilen

I cried
you cried
he/she/it cried

ik brulde
jij brulde
hij/zij/het brulde
» meer vervoegingen van brullen

to cry {ww.}
schreeuwen

I cried
you cried
he/she/it cried

ik schreeuwde
jij schreeuwde
hij/zij/het schreeuwde
» meer vervoegingen van schreeuwen

to call out, to cry, to cry out, to exclaim, to outcry, to shout {ww.}
exclameren
uitschreeuwen
uitroepen

I cried
you cried
he/she/it cried

ik exclameerde
jij exclameerde
hij/zij/het exclameerde
» meer vervoegingen van exclameren

to call out, to cry, to cry out, to exclaim, to outcry, to shout {ww.}
uitjubelen

I cried
you cried
he/she/it cried

ik jubelde uit
jij jubelde uit
hij/zij/het jubelde uit
» meer vervoegingen van uitjubelen

to call, to cry, to holler, to hollo, to scream, to shout, to shout out, to squall, to yell {ww.}
schreeuwen
blèren

I cried
you cried
he/she/it cried

ik schreeuwde
jij schreeuwde
hij/zij/het schreeuwde
» meer vervoegingen van schreeuwen

to cry, to weep {ww.}
druppelen

I cried
you cried
he/she/it cried

ik druppelde
jij druppelde
hij/zij/het druppelde
» meer vervoegingen van druppelen

to cry, to weep {ww.}
janken
krijten
schreien
wenen
huilen

I cried
you cried
he/she/it cried

ik jankte
jij jankte
hij/zij/het jankte
» meer vervoegingen van janken

to call out, to cry, to cry out, to exclaim, to outcry, to shout {ww.}
afroepen

I cried
you cried
he/she/it cried

ik riep af
jij riep af
hij/zij/het riep af
» meer vervoegingen van afroepen

to call, to cry, to holler, to hollo, to scream, to shout, to shout out, to squall, to yell {ww.}
schreeuwen

I cried
you cried
he/she/it cried

ik schreeuwde
jij schreeuwde
hij/zij/het schreeuwde
» meer vervoegingen van schreeuwen

to cry, to weep {ww.}
tranen

he/she/it cried
they cried
he/she/it has cried

hij/zij/het traande
zij traanden
hij/zij/het heeft getraand
» meer vervoegingen van tranen

to cry, to weep {ww.}
grienen

I cried
you cried
he/she/it cried

ik griende
jij griende
hij/zij/het griende
» meer vervoegingen van grienen



Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He cried and cried.

Hij huilde en huilde.

She cried all night.

Ze huilde de hele nacht.

He cried: "Help!"

Hij schreeuwde: "Help!"

She cried throughout the night.

Ze heeft de hele nacht gehuild.

The baby cried for milk.

De baby weende om melk.

She cried for joy when she heard that her son had survived the plane crash.

Ze huilde van blijdschap toen ze hoorde dat haar zoon de vliegtuigcrash had overleefd.


Gerelateerd aan cried ,

cry out - scream - shout - call - cry - call out - shed tears - weep - howl - yell - bawl - exclaim - outcry - holler - hollocall - shout - express - roar - broadcast - evince - rampage - effuse - cry