Vertaling van enlarge

Inhoud:

Engels
Nederlands
to increase, to accrue, to enlarge, to aggrandize, to augment {ww.}
groeien 
aangroeien 
toenemen

I enlarge
you enlarge
we enlarge

ik groei
jij groeit
wij groeien
» meer vervoegingen van groeien

to augment, to enlarge, to increase, to aggrandize, to magnify, to step up {ww.}
uitbouwen
uitbreiden 
vergroten

I enlarge
you enlarge
we enlarge

ik bouw uit
jij bouwt uit
wij bouwen uit
» meer vervoegingen van uitbouwen

to blow up, to enlarge, to magnify {ww.}
verduizendvoudigen

I enlarge
you enlarge
we enlarge

ik verduizendvoudig
jij verduizendvoudigt
wij verduizendvoudigen
» meer vervoegingen van verduizendvoudigen

to blow up, to enlarge, to magnify {ww.}
vergroten

I enlarge
you enlarge
we enlarge

ik vergroot
jij vergroot
wij vergroten
» meer vervoegingen van vergroten

to dilate, to elaborate, to enlarge, to expand, to expatiate, to exposit, to expound, to flesh out, to lucubrate {ww.}
uitvergroten

I enlarge
you enlarge
we enlarge

ik vergroot uit
jij vergroot uit
wij vergroten uit
» meer vervoegingen van uitvergroten

to dilate, to elaborate, to enlarge, to expand, to expatiate, to exposit, to expound, to flesh out, to lucubrate {ww.}
uitwerking [v] (de ~)
to dilate, to elaborate, to enlarge, to expand, to expatiate, to exposit, to expound, to flesh out, to lucubrate {ww.}
exponeren
uiteendoen
uiteenzetten

I enlarge
you enlarge
we enlarge

ik exponeer
jij exponeert
wij exponeren
» meer vervoegingen van exponeren