Vertaling van expense

Inhoud:

Engels
Nederlands
expense {zn.}
onkosten [m] (de ~)
expense {zn.}
verblijfsvergoeding
onkostenvergoeding [v] (de ~)
to expense, to write down, to write off {ww.}
afschrijven
charge, expense, expenditure, outlay {zn.}
vertering [v]
uitgaaf [v]
besteding [v]
charge, cost, expense {zn.}
kosten 
onkosten
This will cost €30.
Dat zal € 30,- kosten.
The cigars cost two Marks.
De sigaren kosten twee mark.

Gerelateerd aan expense

write down - write off - charge - expenditure - outlay - costcharge - compensation - condescend