Vertaling van farm

Inhoud:

Engels
Nederlands
to farm, to lease, to take on lease {ww.}
in pacht hebben
pachten

I farm
you farm
we farm

ik pacht
jij pacht
wij pachten
» meer vervoegingen van pachten

farm, farming lease {zn.}
pacht
pachten
farm {zn.}
pachtboerderij [v]
pachthoeve
to farm, to grow, to produce, to raise {ww.}
boeren

I farm
you farm
we farm

ik boer
jij boert
wij boeren
» meer vervoegingen van boeren

to farm, to grow, to produce, to raise {ww.}
bebouwen

I farm
you farm
we farm

ik bebouw
jij bebouwt
wij bebouwen
» meer vervoegingen van bebouwen

to breed, to keep, to raise, to rear, to farm {ww.}
fokken
opfokken

I farm
you farm
we farm

ik fok
jij fokt
wij fokken
» meer vervoegingen van fokken

to cultivate, to farm, to work {ww.}
bebouwen 
bewerken 
kweken

I farm
you farm
we farm

ik bebouw
jij bebouwt
wij bebouwen
» meer vervoegingen van bebouwen

estate, farm, property, ranch, land {zn.}
boerderij  [v]
goed  [o]
landgoed [o]
bezitting [v]
The stable is right behind the farm house.
De stal is net achter de boerderij.
Last summer, I worked part time on a farm.
Vorige zomer werkte ik parttime op een boerderij.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Last summer, I worked part time on a farm.

Vorige zomer werkte ik parttime op een boerderij.

The stable is right behind the farm house.

De stal is net achter de boerderij.

There is a man working on the farm.

Er is een man die op de boerderij werkt.

Last summer, I worked part time on the farm.

De voorbije zomer heb ik deeltijds op de boerderij gewerkt.

In the orchard behind their farm stood apple and pear trees.

In de boomgaard achter hun boerderij stonden appel- en perenbomen.


Gerelateerd aan farm

lease - take on lease - farming lease - grow - produce - raise - breed - keep - rear - cultivate - work - estate - property - ranch - landdo work - plant