Vertaling van fishing rig

Inhoud:

Engels
Nederlands
to fish, to angle {ww.}
vissen
They can fish.
Zij kunnen vissen.
He loves to fish.
Hij houdt van vissen.
fishing gear, fishing rig, fishing tackle, rig, tackle {zn.}
tuig [o] (het ~)
want [o] (het ~)
vistuig [o] (het ~)
fishing gear, fishing rig, fishing tackle, rig, tackle {zn.}
stek
fishing gear, fishing rig, fishing tackle, rig, tackle {zn.}
talie [v] (de ~)
to fish {ww.}
vissen
She loves to fish.
Zij houdt erg van vissen.
Fish live in the water.
Vissen leven in het water.
to fish {ww.}
bevissen
to fish {ww.}
visvangst [v] (de ~)

Gerelateerd aan fishing rig

fish - angle - fishing gear - fishing tackle - rig - tackletool - appurtenance - fishing gear - hoist - assay - apply - fish - catch