Vertaling van gear

Inhoud:

Engels
Nederlands
gear, kit, tools {zn.}
gereedschap  [o]
gerei
outillage [v]
A bad workman blames his tools.
Een slechte schrijnwerker geeft de schuld aan zijn gereedschap.
gear {zn.}
versnelling [v]
to adapt, to adjust, to gear, to accommodate, to conform {ww.}
aanpassen 
accommoderen

I gear
you gear
we gear

ik pas aan
jij past aan
wij passen aan
» meer vervoegingen van aanpassen

He couldn't adapt to new circumstances.
Hij kon zich niet aan nieuwe omstandigheden aanpassen.
apparatus, device, set, appliance, gear {zn.}
toestel
hulpmiddel (het ~)
apparaat  [o]
He brought our TV set down to the cellar.
Hij bracht ons TV-toestel naar de kelder.
cogwheel, gear {zn.}
tandwiel
kamwiel
tandrad
kamrad

Gerelateerd aan gear

kit - tools - adapt - adjust - accommodate - conform - apparatus - device - set - appliance - cogwheel