Vertaling van accommodate

Inhoud:

Engels
Nederlands
to accommodate, to entertain, to put up, to host {ww.}
gastvrijheid verlenen aan

I accommodate

to accommodate {ww.}
inkwartieren
huisvesten 

I accommodate
you accommodate
we accommodate

ik kwartier in
jij kwartiert in
wij kwartieren in
» meer vervoegingen van inkwartieren

to accommodate {ww.}
een dienst bewijzen

I accommodate

to accommodate {ww.}
onderdak bieden
onder dak brengen

I accommodate

to accommodate, to reconcile {ww.}
verzoenen

I accommodate
you accommodate
we accommodate

ik verzoen
jij verzoent
wij verzoenen
» meer vervoegingen van verzoenen

to adapt, to adjust, to gear, to accommodate, to conform {ww.}
aanpassen 
accommoderen

I accommodate
you accommodate
we accommodate

ik pas aan
jij past aan
wij passen aan
» meer vervoegingen van aanpassen

He couldn't adapt to new circumstances.
Hij kon zich niet aan nieuwe omstandigheden aanpassen.
to adapt, to fit, to accommodate {ww.}
aanpassen 
aanbrengen 
conformeren
adapteren
accommoderen

I accommodate
you accommodate
we accommodate

ik pas aan
jij past aan
wij passen aan
» meer vervoegingen van aanpassen

to provide, to supply, to accommodate, to serve, to administer {ww.}
voorzien van
stijven
provianderen
spekken
bevoorraden

I accommodate
you accommodate
we accommodate

ik stijf
jij stijft
wij stijven
» meer vervoegingen van stijven

to adapt, to adjust, to accommodate, to conform {ww.}
zich aanpassen
to bring into agreement, to reconcile, to square, to bring into accord, to accommodate, to conciliate {ww.}
tot overeenstemming brengen
in overeenstemming brengen
rijmen
verbroederen

I accommodate
you accommodate
we accommodate

ik rijm
jij rijmt
wij rijmen
» meer vervoegingen van rijmen

to bring into agreement, to reconcile, to square, to bring into accord, to accommodate, to conciliate {ww.}
tot overeenstemming brengen
rijmen
bijpassen
in overeenstemming brengen
bijbetalen

I accommodate
you accommodate
we accommodate

ik rijm
jij rijmt
wij rijmen
» meer vervoegingen van rijmen

to cede, to yield, to give way, to grant, to accommodate, to assign {ww.}
afstaan 
wijken
toegeven 

I accommodate
you accommodate
we accommodate

ik sta af
jij staat af
wij staan af
» meer vervoegingen van afstaan

to aid, to assist, to help, to benefit, to accommodate, to attend to, to advance, to avail {ww.}
baten 
bijstaan 
helpen 
ter zijde staan

I accommodate
you accommodate
we accommodate

ik sta bij
jij staat bij
wij staan bij
» meer vervoegingen van bijstaan


Gerelateerd aan accommodate

entertain - put up - host - reconcile - adapt - adjust - gear - conform - fit - provide - supply - serve - administer - bring into agreement - squarealter - associate - pay