Vertaling van host

Inhoud:

Engels
Nederlands
host {zn.}
hostie  [v]
host, innkeeper, landlord, warden {zn.}
herbergier 
logementhouder
waard 
host {zn.}
gastheer [m]
to accommodate, to entertain, to put up, to host {ww.}
gastvrijheid verlenen aan
army, host {zn.}
leger  [o]
armee [v]
heerschaar [v]
troepenmacht [v]
legermacht [v]
heer  [o]
I went into the army.
Ik ben in het leger ingetreden.
The army use civilians as human shield.
Het leger gebruikt burgers als menselijk schild.
crowd, mass, multitude, host {zn.}
menigte 
massa
A crowd gathered on this street.
Een menigte verzamelde zich in deze straat.
The crowd is growing larger and larger.
De menigte wordt groter en groter.

Gerelateerd aan host

innkeeper - landlord - warden - accommodate - entertain - put up - army - crowd - mass - multitude