Vertaling van going

Inhoud:

Engels
Nederlands
procession, going, progress {zn.}
gaan  [o]
verloop 
loop [m]
gang  [m]
Today, we are going dancing.
Vandaag gaan we gaan dansen.
We better be going.
We kunnen beter gaan.
going {bn.}
lopend
departure, going, going away, leaving {zn.}
vertrek [o] (het ~)
I've got to shave before leaving.
Ik moet mij scheren voor mijn vertrek.
I'm leaving town for a few days.
Ik vertrek voor een aantal dagen.


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

We better be going.

We kunnen beter gaan.

Where are we going?

Naar waar gaan we?

We're going dancing tonight.

Vanavond gaan we dansen.

What is going on?

Wat is er aan de hand?

I'm going there alone.

Ik ga er alleen heen.

Hey, Mimi! How's it going?

Hoi Mimi! Hoe gaat het?

I'm going to the doctor.

Ik ga naar de dokter.

Where are you going, Dad?

Papa, waar ga je heen?

I think I'm going crazy.

Ik denk dat ik gek word.

There's something fishy going on.

Er is hier iets aan de hand.

You're going to a movie?

Ga je naar de bioscoop?

I’m going to my grandmother’s.

Ik ga bij mijn oma.

He is going to help you.

Hij gaat je helpen.

She was going up a ladder.

Ze beklom een ladder.

Are you going home by bus?

Ga je met de bus naar huis?


Gerelateerd aan going

procession - progress - departure - going away - leavingremotion