Vertaling van half

Inhoud:

Engels
Nederlands
half {bw.}
gedeeltelijk
half
voor de helft
half {bn.}
half
half {zn.}
helft 
Cut it in half.
Snij het door de helft.
Half of the apples are rotten.
De helft van de appels is rot.
half, one-half {zn.}
kinderkaart
half, one-half {zn.}
kinderkaart
half {zn.}
speelhelft [m] (de ~)
half, one-half {zn.}
helft [m] (de ~)
tweede
Their financial problems began in the second half of the year.
Hun financiële problemen begonnen in de tweede helft van het jaar.
The price of this book has been reduced by half.
De prijs van dit boek is met de helft verlaagd.


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Well begun is half done.

Een goed begin is het halve werk.

Ken folded the blanket in half.

Ken vouwde het laken in twee.

Half-forgotten music danced through his mind.

Half vergeten muziek danste door zijn gedachten.

A good start is half the work.

Een goed begin is het halve werk.

The price of this book has been reduced by half.

De prijs van dit boek is met de helft verlaagd.

Their financial problems began in the second half of the year.

Hun financiële problemen begonnen in de tweede helft van het jaar.

The northern half of what is today Papua New Guinea was a German colony.

De noordelijke helft van wat nu Papoea-Nieuw-Guinea is, was een Duitse kolonie.

I haven't eaten very much but have gained as much as five kilos in a half year.

Ik heb niet veel gegeten, maar ik ben wel vijf kilo aangekomen binnen een half jaar.


Gerelateerd aan half

one-halfticket - mailing-card - component - amount