Vertaling van hate
I hate
you hate
we hate
ik haat
jij haat
wij haten
» meer vervoegingen van haten
vijandschap
haatgevoelens
haatgevoel
verfoeien
verafschuwen
I hate
you hate
we hate
ik kots
jij kotst
wij kotsen
» meer vervoegingen van kotsen
I hate
you hate
we hate
ik haat
jij haat
wij haten
» meer vervoegingen van haten
Voorbeelden in zinsverband
Children often hate spinach.
Kinderen hebben vaak een hekel aan spinazie.
I hate chemistry.
Ik haat scheikunde.
Children hate annoying teachers.
Kinderen hebben er een hekel aan om leraren te irriteren.
I hate politics.
Ik haat politiek
I hate getting up early.
Ik haat vroeg opstaan.
I hate strong-minded women.
Ik haat zelfbewuste vrouwen.
I hate it when there are a lot of people.
Ik haat het als er veel mensen zijn.
I hate it when my clothes smell of smoke.
Ik heb er een hekel als als mijn kleren naar rook stinken.