Vertaling van hotel
Voorbeelden in zinsverband
I'd like a hotel reservation.
Ik wil graag een hotelreservering.
I want to go to a hotel.
Ik wil naar een hotel toe gaan.
Are we in the same hotel?
Zitten we in hetzelfde hotel?
It is not far away from the hotel.
Het is niet ver van het hotel.
How far is it from the airport to the hotel?
Hoe ver is het van het vliegveld naar het hotel?
A new hotel will be built here next year.
Hier wordt volgend jaar een nieuw hotel gebouwd.
There used to be a hotel around here.
Vroeger was hier ergens een hotel.
Unfortunately, the hotel that you suggested was completely booked up.
Jammer genoeg is het hotel dat je aanbevolen had compleet volgeboekt.
"Have you reserved a hotel room?" "Sorry, not yet."
"Heb je een hotelkamer gereserveerd?" "Sorry, nog niet."
It was dark when I reached the hotel.
Het was donker toen ik het hotel bereikte.
This hotel has a gym and a swimming pool.
Dit hotel heeft een sportzaal en een zwembad.
He stayed in his hotel most of the next day, talking to friends and supporters.
Een groot deel van de volgende dag bleef hij in het hotel en sprak met vrienden en supporters.
He's been staying at that hotel for the past five days.
Hij verbleef de afgelopen vijf dagen in dat hotel.