Vertaling van john
Johannes
Hans
Jan
Jannes
Janus
hoerenjager
hip
hoereerder
hoerenloper
WC
w.c.
W.C.
toilet
closet
sekreet
schijthuis
retirade
privaat
poepdoos
plee
kakdoos
gemak
bestekamer
Voorbeelden in zinsverband
John isn't here.
John is er niet.
Hello, John! How are you?
Hallo John! Hoe gaat het?
They named their son John.
Ze hebben hun zoon John genoemd.
Their son's name is John.
De naam van hun zoon is John.
John inherited a large fortune.
John erfde een groot fortuin.
John acts like Helen's guardian.
John doet alsof hij Helens beschermer is.
John lives in New York.
John woont in New York.
John ran into the room.
John liep de kamer in.
John is good at maths.
John is goed in wiskunde.
John is good at mathematics.
John is goed in wiskunde.
John took a key from his pocket.
John haalde een sleutel uit zijn zak.
John was absent from school yesterday.
John was gisteren niet op school.
We chose John to be our captain.
Wij hebben John als onze aanvoerder gekozen.
What did John sing on the stage?
Wat heeft John op het toneel gezongen?
John has a natural talent for tennis.
John heeft een natuurlijk talent voor tennis.