Vertaling van can

Inhoud:

Engels
Nederlands
to can, to tin {ww.}
inblikken

I can
you can
we can

ik blik in
jij blikt in
wij blikken in
» meer vervoegingen van inblikken

can, tin, tin can {zn.}
bus  [v]
trommeltje [o]
blikje [o]
blik  [o]
trommel
Fifty people can ride on the bus.
Er kunnen vijftig mensen in de bus.
Where can I catch the number 7 bus?
Waar kan ik bus nummer 7 nemen?
to can, to put up, to tin {ww.}
inblikken

I can
you can
we can

ik blik in
jij blikt in
wij blikken in
» meer vervoegingen van inblikken

to can, to dismiss, to displace, to fire, to force out, to give notice, to give the axe, to give the sack, to sack, to send away, to terminate {ww.}
afzetten

I can
you can
we can

ik zet af
jij zet af
wij zetten af
» meer vervoegingen van afzetten

to can, to put up, to tin {ww.}
uitloven

I can
you can
we can

ik loof uit
jij looft uit
wij loven uit
» meer vervoegingen van uitloven

to can, to put up, to tin {ww.}
vermogen
weten
kunnen

I can
you can
we can

ik vermag
jij vermag
wij vermogen
» meer vervoegingen van vermogen

to can, to put up, to tin {ww.}
kunnen

I can
you can
we can

ik kan
jij kan
wij kunnen
» meer vervoegingen van kunnen

When can we eat?
Wanneer kunnen we eten?
Maybe we can talk.
Misschien kunnen we praten.
to can, to put up, to tin {ww.}
wecken
steriliseren

I can
you can
we can

ik weck
jij weckt
wij wecken
» meer vervoegingen van wecken

to can, to dismiss, to displace, to fire, to force out, to give notice, to give the axe, to give the sack, to sack, to send away, to terminate {ww.}
ontslaan
wippen

I can
you can
we can

ik ontsla
jij ontslaat
wij ontslaan
» meer vervoegingen van ontslaan

They had to fire 300 men at the factory.
Ze moesten driehonderd mannen ontslaan in de fabriek.
pot, jug, can, mug, tankard, jar {zn.}
kan  [m]
pot  [m]
pan  [v]
The pot calls the kettle black.
De pot verwijt de ketel.
There's almost no coffee left in the pot.
Er is bijna geen koffie over in de pot.
box, container, jug, vessel, bucket, can, case, bottle, crate, jar, pot, sack, chest, pail, tin, urn {zn.}
doos [v]
fles  [v]
pot  [m]
emmer 
vat  [o]
koker [m]
bak  [m]
korf [m]
kruik 
kist  [v]
foedraal [o]
krat  [o]
etui [o]
zak
urn
The bucket was full of water.
De emmer was vol water.
Please fill this bucket with water.
Vul alstublieft deze emmer met water.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He can swim fast.

Hij kan snel zwemmen.

He can speak French.

Hij kan Frans spreken.

When can we eat?

Wanneer kunnen we eten?

Can I eat this?

Kan ik dit eten?

I can do it.

Ik kan het.

Nobody can understand him.

Niemand kan hem begrijpen.

Maybe we can talk.

Misschien kunnen we praten.

Can you prove it?

Kunt u dat bewijzen?

I can play Chopin.

Ik kan Chopin spelen.

Nobody can surpass him.

Niemand kan hem overtreffen.

Mary can swim.

Mary kan zwemmen.

Can we talk?

Kunnen we praten?

Can you hear me?

Kun je me horen?

Bob can cook.

Bob kan koken.

I can play tennis.

Ik kan tennissen.


Gerelateerd aan can

tin - tin can - put up - dismiss - displace - fire - force out - give notice - give the axe - give the sack - sack - send away - terminate - pot - jugkeep - can - offer - be - work