Vertaling van nourished

Inhoud:

Engels
Nederlands
to feed, to nourish, to foster, to nurture {ww.}
voeden 

I nourished
you nourished
he/she/it nourished

ik voedde
jij voedde
hij/zij/het voedde
» meer vervoegingen van voeden

to aliment, to nourish, to nutrify {ww.}
voeden

I nourished
you nourished
he/she/it nourished

ik voedde
jij voedde
hij/zij/het voedde
» meer vervoegingen van voeden



Gerelateerd aan nourished

feed - nourish - foster - nurture - aliment - nutrifyfacilitate