Vertaling van pick

Inhoud:

Engels
Nederlands
to pick, to pluck {ww.}
afplukken
oprapen
plukken
tokkelen

I pick
you pick
we pick

ik pluk af
jij plukt af
wij plukken af
» meer vervoegingen van afplukken

to pick, to pluck, to tear off {ww.}
afplukken
afrukken
afbreken 
plukken
wegscheuren

I pick
you pick
we pick

ik pluk af
jij plukt af
wij plukken af
» meer vervoegingen van afplukken

to pick, to select {ww.}
selecteren

I pick
you pick
we pick

ik selecteer
jij selecteert
wij selecteren
» meer vervoegingen van selecteren

to pick, to stab, to sting, to pierce, to prick, to puncture, to pique, to stick {ww.}
pikken
prikken 
priemen
steken

I pick
you pick
we pick

ik pik
jij pikt
wij pikken
» meer vervoegingen van pikken

Don't forget to pick me up at 6 o'clock tomorrow.
Vergeet me niet op te pikken om zes uur morgenochtend.
to choose, to elect, to pick out, to opt, to pick {ww.}
kiezen 
verkiezen
uitkiezen 
uitpikken
uitlezen
uitzoeken

I pick
you pick
we pick

ik kies
jij kiest
wij kiezen
» meer vervoegingen van kiezen

You couldn't choose.
Je kon niet kiezen.
You could not choose.
Je kon niet kiezen.

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Don't pick up the cat.

Pak die kat niet op.

I'll pick him up at 5.

Ik zal hem om 5 uur oppikken.

The bus stopped to pick up passengers.

De bus stopte om passagiers in te laten stappen.

Where did you pick up your Italian?

Waar heeft u Italiaans geleerd?

I'll come by and pick you up tomorrow morning.

Ik kom morgenochtend langs om je op te halen.

Don't forget to pick me up at 6 o'clock tomorrow.

Vergeet me niet op te pikken om zes uur morgenochtend.

It doesn't matter which, just pick three books.

Kies gewoon drie boeken uit, maakt niet uit welke.

This is the season to pick fresh tea.

Dit is het seizoen voor verse thee.

He is always itching to pick a fight.

Hij hunkert altijd naar ruzie.

I will have my sister pick you up at the station.

Ik zal mijn zus je laten oppikken aan het station.


Gerelateerd aan pick

pluck - tear off - select - stab - sting - pierce - prick - puncture - pique - stick - choose - elect - pick out - opt