Vertaling van poor

Inhoud:

Engels
Nederlands
poor, lean, shabby, flimsy {bn.}
pover 
schamel
sober
karig
poor, miserable, impoverished {bn.}
arm 
armelijk
armoedig 
poor {bn.}
arm 
beklagenswaardig 
schamel
dismal, miserable, pitiful, poor, unenviable {bn.}
beklagenswaardig 
erbarmelijk
zielig
in short supply, scanty, scarce, few, poor, scant, thin, sparse {bn.}
karig
schaars
schraal
schriel
inadequate, insufficient, meagre, poor, scarce, short {bn.}
ontoereikend
onvoldoende
bad, miserable, nasty, poor, evil, wrong {bn.}
beroerd
kwaad 
kwalijk
slecht 
verkeerd

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

He has poor eyesight.

Hij ziet slecht.

The poor girl went blind.

Het arme meisje werd blind.

What if I am poor?

Wat, als ik arm ben?

He is poor, but honest.

Hij is arm, maar eerlijk.

He was a poor musician.

Hij was een arme muzikant.

Tom made a poor impression.

Tom maakte een slechte indruk.

There is no shame in being poor.

Arm zijn is geen schande.

Because all his friends were poor, too.

Omdat al zijn vrienden ook arm waren.

My wife is a poor driver.

Mijn vrouw kan slecht autorijden.

Lincoln's parents remained poor all their lives.

Lincoln's ouders bleven hun hele leven arm.

My knowledge of Japanese is rather poor.

Mijn kennis van Japans is eerder zwak.

I'm not ashamed that I am poor.

Ik schaam me er niet voor dat ik arm ben.

This poor cat almost died of hunger.

Deze arme kat is bijna gestorven van de honger.

The rich are not always happier than the poor.

Rijken zijn niet altijd gelukkiger dan armen.

Once there was a poor farmer in the village.

Er was eens een arme boer in het dorp.


Gerelateerd aan poor

lean - shabby - flimsy - miserable - impoverished - dismal - pitiful - unenviable - in short supply - scanty - scarce - few - scant - thin - sparse