Vertaling van thin

Inhoud:

Engels
Nederlands
to dilute, to disperse, to rarefy, to thin {ww.}
verspreiden
verdunnen

I thin
you thin
we thin

ik verspreid
jij verspreidt
wij verspreiden
» meer vervoegingen van verspreiden

to thin {ww.}
verdunnen

I thin
you thin
we thin

ik verdun
jij verdunt
wij verdunnen
» meer vervoegingen van verdunnen

airy, thin, sparse {bn.}
dun
dungezaaid
iel
ijl
in short supply, scanty, scarce, few, poor, scant, thin, sparse {bn.}
karig
schaars
schraal
schriel
gaunt, lean, meager, skimpy, skinny, thin, scant {bn.}
mager 
schraal
sprietig
slender, slim, thin {bn.}
rank
slank 
tenger
gaunt, thin {bn.}
mager 
schraal
schriel
spichtig
gaunt, lean, slender, thin {bn.}
dun
luchtig
mager 
schraal
sprietig
to cut, to dilute, to reduce, to thin, to thin out {ww.}
inbakken

I thin
you thin
we thin

ik bak in
jij bakt in
wij bakken in
» meer vervoegingen van inbakken

to lose weight, to melt off, to reduce, to slenderize, to slim, to slim down, to thin {ww.}
afvallen
vermageren

I thin
you thin
we thin

ik val af
jij valt af
wij vallen af
» meer vervoegingen van afvallen

to lose weight, to melt off, to reduce, to slenderize, to slim, to slim down, to thin {ww.}
afslanken
afkleden

I thin
you thin
we thin

ik slank af
jij slankt af
wij slanken af
» meer vervoegingen van afslanken


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

My sister is thin, but I'm a little overweight.

Mijn zus is mager en ik ben aan de dikke kant.

His voice is thin even though he is fat.

Zijn stem is iel, hoewel hijzelf dik is.

The wizard waved his magic wand and disappeared into thin air.

De tovenaar zwaaide met zijn toverstokje, en verdween in het niets.

At night, I put my bell pepper plants at the open window, so they can harden off a bit before I plant them outside, cause now they still have such thin stems.

's Nachts zet ik mijn paprikaplantjes bij het open raam, zodat ze een beetje kunnen harden voor ik ze buiten poot, want ze hebben nu nog zulke dunne steeltjes.


Gerelateerd aan thin

dilute - disperse - rarefy - airy - sparse - in short supply - scanty - scarce - few - poor - scant - gaunt - lean - meager - skimpyamalgamate - decline - change - dress