Vertaling van savor

Inhoud:

Engels
Nederlands
to savor, to savour, to taste {ww.}
smaken
The apples from our own tree taste much better than the sprayed apples from the supermarket.
De appels van onze eigen boom smaken veel beter dan de bespoten appels uit de supermarkt.
taste, flavour, liking, savour {zn.}
smaak
Vinegar has a sharp taste.
Azijn heeft een scherpe smaak.
There's no accounting for taste.
Over smaak valt niet te twisten.
to taste, to savour {ww.}
smaken
proeven
to bask, to enjoy, to relish, to savor, to savour {ww.}
savoureren
flavor, flavour, nip, relish, sapidity, savor, savour, smack, tang {zn.}
smaakje [o] (het ~)
bijsmaak [m] (de ~)
to bask, to enjoy, to relish, to savor, to savour {ww.}
genieten
smaken
ophebben
It's necessary to be three to enjoy a good story: One to tell it right, one to relish it and one to not understand it. Because the pleasure of…
Het is noodzakelijk om met drie te zijn om een goed verhaal te waarderen: één om het goed te vertellen, één om ervan te genieten en één om er niets van te begrijpen…
We hope you will enjoy the show.
We hopen dat je van de voorstelling zult genieten.

Gerelateerd aan savor

savour - taste - flavour - liking - bask - enjoy - relish - flavor - nip - sapidity - smack - tangappear - eat - gustatory perception - amuse