Vertaling van smack

Inhoud:

Engels
Nederlands
to smack, to buss {ww.}
smakken
buss, kiss, smack {zn.}
klapzoen
pakkerd
smak
to hit, to knock, to strike, to smack, to stub {ww.}
slaan
klappen
kloppen 
opvallen
I didn't mean to hit him.
Het was niet mijn bedoeling hem te slaan.
knock, blow, hit, smack, strike, stroke {zn.}
klap
tik
klets
slag  [m]
klop
veeg

Gerelateerd aan smack

buss - kiss - hit - knock - strike - stub - blow - stroke