Vertaling van buss

Inhoud:

Engels
Nederlands
buss, kiss, smack {zn.}
klapzoen
pakkerd
smak
to smack, to buss {ww.}
smakken

I buss
you buss
we buss

ik smak
jij smakt
wij smakken
» meer vervoegingen van smakken

to buss, to kiss, to osculate, to snog {ww.}
zoenen
kussen
aflebberen
aflikken

I buss
you buss
we buss

ik zoen
jij zoent
wij zoenen
» meer vervoegingen van zoenen

Let's kiss.
Laat ons zoenen.
I want to kiss you.
Ik wil je zoenen.
to buss, to kiss, to osculate, to snog {ww.}
aflikken

I buss
you buss
we buss

ik lik af
jij likt af
wij likken af
» meer vervoegingen van aflikken

buss, kiss, osculation {zn.}
kus [m] (de ~)
lik [m] (de ~)
kukkel
smok
smak [m] (de ~)
zoen [m] (de ~)
I kiss with my eyes open.
Ik kus met open ogen.
Their kiss had been discovered by Charlotte.
Hun kus was ontdekt door Charlotte.

Gerelateerd aan buss

kiss - smack - osculate - snog - osculationadjoin - lap - stroke