Vertaling van adjoin

Inhoud:

Engels
Nederlands
to attend, to be present, to witness, to adjoin {ww.}
bijwonen 
aanwezig zijn
aanwezig zijn bij

I adjoin
you adjoin
we adjoin

ik woon bij
jij woont bij
wij wonen bij
» meer vervoegingen van bijwonen

She cannot attend school on account of illness.
Ze kan de lessen niet bijwonen vanwege ziekte.
to abut, to adjoin, to be next to {ww.}
belenden
grenzen aan

they adjoin

zij belenden
» meer vervoegingen van belenden

to juxtapose, to adjoin {ww.}
bijzetten

I adjoin
you adjoin
we adjoin

ik zet bij
jij zet bij
wij zetten bij
» meer vervoegingen van bijzetten

to touch, to affect, to abut, to adjoin {ww.}
aanraken 
beroeren
raken 
aankomen 
toucheren

I adjoin
you adjoin
we adjoin

ik raak aan
jij raakt aan
wij raken aan
» meer vervoegingen van aanraken

Don't touch that.
Niet aanraken.
Don't touch it.
Niet aanraken.

Gerelateerd aan adjoin

attend - be present - witness - abut - be next to - juxtapose - touch - affect