Vertaling van witness

Inhoud:

Engels
Nederlands
witness {zn.}
getuige 
Tom was a witness to the accident.
Tom was getuige van het ongeluk.
to attend, to be present, to witness, to adjoin {ww.}
bijwonen 
aanwezig zijn
aanwezig zijn bij

I witness
you witness
we witness

ik woon bij
jij woont bij
wij wonen bij
» meer vervoegingen van bijwonen

She cannot attend school on account of illness.
Ze kan de lessen niet bijwonen vanwege ziekte.
to witness {ww.}
aankijken
aanzien

I witness
you witness
we witness

ik kijk aan
jij kijkt aan
wij kijken aan
» meer vervoegingen van aankijken

to see, to witness {ww.}
zien 

I witness
you witness
we witness

ik zie
jij ziet
wij zien
» meer vervoegingen van zien

Let me see.
Laat zien.
They see Dan.
Zij zien Dan.
to attest, to bear witness of, to testify, to certify, to witness, to vouch {ww.}
certificeren
getuigen

I witness
you witness
we witness

ik certificeer
jij certificeert
wij certificeren
» meer vervoegingen van certificeren

to watch, to view, to witness {ww.}
toeschouwen
toeschouwer zijn

I witness
you witness
we witness

ik schouw toe
jij schouwt toe
wij schouwen toe
» meer vervoegingen van toeschouwen

affidavit, witness {zn.}
testimonium [o] (het ~)
depositie
getuigenverklaring [v] (de ~)
getuigenis [v] (de/het ~)
affidavit [o]

Gerelateerd aan witness

attend - be present - adjoin - see - attest - bear witness of - testify - certify - vouch - watch - view - affidavithold back - declaration