Vertaling van hit

Inhoud:

Engels
Nederlands
to hit, to knock, to strike, to smack, to stub {ww.}
slaan
klappen
kloppen 
opvallen

I hit
you hit
we hit

ik sla
jij slaat
wij slaan
» meer vervoegingen van slaan

I didn't mean to hit him.
Het was niet mijn bedoeling hem te slaan.
hit, strike {zn.}
houw
stoot
klap
slag  [m]
schop
tik
hit, hit-song {zn.}
hit
schlager
to catch, to hit, to run across, to strike, to attain, to encounter, to find, to score, to run up against {ww.}
halen
teisteren
inslaan
raken 
treffen 

I hit
you hit
we hit

ik haal
jij haalt
wij halen
» meer vervoegingen van halen

I must catch the first train.
Ik moet de eerste trein halen.
Let's hurry so we can catch the bus.
Laten we opschieten om de bus te halen.
to beat, to hit, to strike, to wallop {ww.}
slaan
klappen
houwen
kloppen 
meppen

I hit
you hit
we hit

ik sla
jij slaat
wij slaan
» meer vervoegingen van slaan

knock, blow, hit, smack, strike, stroke {zn.}
klap
tik
klets
slag  [m]
klop
veeg
craze, hit, vogue, furor {zn.}
furore [v]
bestseller
blow, hit, strike, whack, stroke {zn.}
mep
houw
flap [m]
klap
slag  [m]

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

The arrow hit the target.

De pijl raakte het doel.

A truck hit the dog.

Een vrachtwagen heeft de hond aangereden.

The new movie was a big hit.

De nieuwe film was een topper.

I didn't mean to hit him.

Het was niet mijn bedoeling hem te slaan.

The dog was hit by a car.

De hond werd geraakt door een auto.

He was almost hit by a car.

Hij was bijna door een auto aangereden.

Tom fell down the stairs and hit his head.

Tom viel van de trap af en stootte zijn hoofd.

She said that her husband hit her, but in fact it was the other way around.

Ze zei dat haar man haar sloeg maar eigenlijk was het andersom.

By lack of attention, she hit the post with her car.

Door onoplettendheid botste ze met haar auto tegen de paal.


Gerelateerd aan hit

knock - strike - smack - stub - hit-song - catch - run across - attain - encounter - find - score - run up against - beat - wallop - blow