Vertaling van pip

Inhoud:

Engels
Nederlands
pip {zn.}
pip
to pip, to shoot {ww.}
neerleggen
neerknallen
overhoopschieten
doodschieten

I pip
you pip
we pip

ik leg neer
jij legt neer
wij leggen neer
» meer vervoegingen van neerleggen

grain, granule, pip, speck {zn.}
pit [v]
zaadkorrel
korrel
pip {zn.}
kippekoorts
kippenkoorts
pip [m] (de ~)
to hit, to pip, to shoot {ww.}
aanschieten

I pip
you pip
we pip

ik schiet aan
jij schiet aan
wij schieten aan
» meer vervoegingen van aanschieten


Gerelateerd aan pip

shoot - grain - granule - speck - hitkill - gun down - animal disease - injure