Vertaling van wallop

Inhoud:

Engels
Nederlands
to beat, to hit, to strike, to wallop {ww.}
slaan
meppen
klappen
kloppen 
houwen

I wallop
you wallop
we wallop

ik sla
jij slaat
wij slaan
» meer vervoegingen van slaan

I didn't mean to hit him.
Het was niet mijn bedoeling hem te slaan.
to thresh, to hammer, to thrash, to wallop {ww.}
afrossen
dorsen
afranselen 

I wallop
you wallop
we wallop

ik ros af
jij rost af
wij rossen af
» meer vervoegingen van afrossen

to wallop, to whack, to wham, to whop {ww.}
ranselen

I wallop
you wallop
we wallop

ik ransel
jij ranselt
wij ranselen
» meer vervoegingen van ranselen

to wallop, to whack, to wham, to whop {ww.}
meppen

I wallop
you wallop
we wallop

ik mep
jij mept
wij meppen
» meer vervoegingen van meppen

wallop {zn.}
zwieper [m] (de ~)
wallop {zn.}
opstopper [m] (de ~)
optater [m] (de ~)
aai
opsodemieter
poeier [m] (de ~)
loeier [m] (de ~)
kleun
watjekouw [m] (de ~)
dreun
hijs
doodklap
beuk
baffer
peut
lel [m] (de ~)
peuter
opdoffer [m] (de ~)
ram
opdonder [m] (de ~)
hengst [m] (de ~)
oplazer
opduvel [m] (de ~)
oplawaai [m] (de ~)
impact, wallop {zn.}
schokeffect [o] (het ~)
impact, wallop {zn.}
schokwerking

Gerelateerd aan wallop

beat - hit - strike - thresh - hammer - thrash - whack - wham - whop - impacthit - sweep - blow