Vertaling van impact

Inhoud:

Engels
Nederlands
to act, to be effective, to have effect, to impact, to impinge, to work, to avail, to be efficacious, to affect {ww.}
werken 
effect sorteren
uitwerking hebben
uitwerken

I impact
you impact
we impact

ik werk
jij werkt
wij werken
» meer vervoegingen van werken

Let's work.
Laat ons werken.
A man must work.
Een mens moet werken.
to impact {ww.}
samenpersen
comprimeren
ineendrukken
samenknijpen
samenproppen
samendrukken

I impact
you impact
we impact

ik pers samen
jij perst samen
wij persen samen
» meer vervoegingen van samenpersen

impact, wallop {zn.}
schokwerking
impact, wallop {zn.}
schokeffect [o] (het ~)
effect, impact, action {zn.}
effect  [o]
werking  [v]
uitwerking [v]
The medicine had an immediate effect.
Het medicament had een onmiddellijk effect.
The effect of the medicine was amazing.
Het effect van het geneesmiddel was bewonderenswaardig.
impact {zn.}
inslag [m] (de ~)
to affect, to bear on, to bear upon, to impact, to touch, to touch on {ww.}
inpersen

I impact
you impact
we impact

ik pers in
jij perst in
wij persen in
» meer vervoegingen van inpersen

to affect, to bear on, to bear upon, to impact, to touch, to touch on {ww.}
inwerken

I impact
you impact
we impact

ik werk in
jij werkt in
wij werken in
» meer vervoegingen van inwerken

encroachment, impact, impingement {zn.}
aantasting
encroachment, impact, impingement {zn.}
inwerking [v] (de ~)

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

The Norman victory over England had a big impact on the English language.

De Normandische overwinning tegen Engeland heeft een grote invloed gehad op de Engelse taal.

“The economy has opened up a faultline in the Atlantic,” announces La Stampa, reporting on the impact of recent remarks by Barack Obama which imply that the poor management of the Eurozone crisis is to blame for the feeble outlook for growth in the US.

“De economie drijft landen aan weerszijden van de Atlantische Oceaan uit elkaar”: zo vat La Stampa de gevolgen samen van recente uitspraken van Barack Obama. Daarin beweerde de Amerikaanse president dat de magere groeiperspectieven van de Verenigde Staten toe te schrijven zijn aan de slechte wijze waarop de eurocrisis wordt bestreden.


Gerelateerd aan impact

act - be effective - have effect - impinge - work - avail - be efficacious - affect - wallop - effect - action - bear on - bear upon - touch - touch oncompact - decrease - press - aid - infringement - influence