Vertaling van small

Inhoud:

Engels
Nederlands
small {zn.}
kolengruis
gruiskolen
little, small {bn.}
klein 
luttel
min 
minor, modest, pocket-size, pocket-sized, small, small-scale {bn.}
onaanzienlijk
little, small {bn.}
klein
humble, low, lowly, modest, small {bn.}
laag
luttel
gering
schamel
summier
little, small {bn.}
bekrompen
modest, small {bn.}
ingetogen
humble, low, lowly, modest, small {bn.}
modest
eenvoudig
bescheiden
modest, small {bn.}
deemoedig
ootmoedig
nederig

Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

It's a small world.

De wereld is een klein dorp.

My garden is small.

Mijn tuin is klein.

That book is small.

Dat boek is klein.

Draw a small circle.

Teken een kleine cirkel.

It's too small.

Het is te klein.

This is a small book.

Dit is een klein boek.

The Netherlands is a small country.

Nederland is een klein land.

My brother is small but strong.

Mijn broer is klein maar sterk.

Modern ships only need a small crew.

Moderne schepen hebben maar een kleine bemanning nodig.

We saw a small island beyond.

We zagen een klein eilandje aan de andere kant.

This hat's too small for you.

Deze hoed is te klein voor jou.

From space, the earth looks quite small.

Vanuit de ruimte lijkt de Aarde tamelijk klein.

We partied into the small hours.

We feestten tot in de kleine uurtjes.

The girl is small for her age.

Het meisje is klein voor haar leeftijd.

Tom didn't mind that Mary had small breasts.

Tom vond het niet erg dat Maria kleine borsten had


Gerelateerd aan small

little - minor - modest - pocket-size - pocket-sized - small-scale - humble - low - lowlyunimportant - component - amount - humble