Vertaling van spoke

Inhoud:

Engels
Nederlands
spoke {zn.}
spaak
to speak, to talk {ww.}
spreken
praten 

I spoke
you spoke
he/she/it spoke

ik sprak
jij sprak
hij/zij/het sprak
» meer vervoegingen van spreken

Let's talk.
Laat ons praten.
Maybe we can talk.
Misschien kunnen we praten.
radius, spoke, wheel spoke {zn.}
spaak [m] (de ~)
rundle, rung, spoke {zn.}
trede [m] (de ~)
rundle, rung, spoke {zn.}
sport [m] (de ~)
to speak, to talk {ww.}
spreken
praten
hebben
converseren

I spoke
you spoke
he/she/it spoke

ik sprak
jij sprak
hij/zij/het sprak
» meer vervoegingen van spreken

We like to talk.
Wij praten graag.
Can we talk?
Kunnen we praten?
to speak, to talk {ww.}
spreken

I spoke
you spoke
he/she/it spoke

ik sprak
jij sprak
hij/zij/het sprak
» meer vervoegingen van spreken

I can't talk.
Ik kan niet spreken.
He can speak Japanese.
Hij kan Japans spreken.
to mouth, to speak, to talk, to utter, to verbalise, to verbalize {ww.}
verbaliseren

I spoke
you spoke
he/she/it spoke

ik verbaliseerde
jij verbaliseerde
hij/zij/het verbaliseerde
» meer vervoegingen van verbaliseren


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

She spoke rapidly.

Ze sprak snel.

Thus spoke Zarathustra.

Aldus sprak Zarathustra.

I wish you spoke Spanish.

Ik wou dat je Spaans sprak.

She spoke to me in Spanish.

Ze sprak mij aan in het Spaans.

Jessie spoke bad French and worse German.

Jessie sprak slecht Frans en nog slechter Duits.

The man spoke in a low voice.

De man sprak met een lage stem.

She spoke with a soft voice.

Ze sprak met zachte stem.

She asked me how many languages I spoke.

Ze vroeg me hoeveel talen ik sprak.

I spoke loudly so that everyone could hear me.

Ik sprak luid, zodat iedereen me kon verstaan.

A stranger spoke to me in the bus.

Een vreemde sprak mij aan op de bus.

The minister, whom I spoke to recently, agrees with me.

De minister met wie ik onlangs heb gesproken, is met mij eens.

Mr. Long and Mr. Smith spoke to each other.

Meneer Long en meneer Smith praatten met elkaar.

This is the car I spoke of the other day.

Dit is de auto waar ik het laatst over had.

The foreigner spoke Japanese as if it were her mother tongue.

De buitenlander sprak Japans alsof het haar moerstaal was.

We spoke in a low voice to avoid waking up the baby.

We spraken stilletjes om de baby niet wakker te maken.


Gerelateerd aan spoke

speak - talk - radius - wheel spoke - rundle - rung - mouth - utter - verbalise - verbalizerod - tread - act - express - alter