Vertaling van strain
Inhoud:
Engels
Nederlands
to strain {ww.}
forceren
overspannen
overspannen
strain {zn.}
overspanning
to filter, to screen, to strain {ww.}
filtreren
zijgen
filteren
zijgen
filteren
to stretch, to wind up, to rack, to strain, to stress, to tense, to tighten {ww.}
uitrekken
strekken
opwinden
spannen
nauwer aanhalen
strekken
opwinden
spannen
nauwer aanhalen
breed, race, stock, strain {zn.}
ras
rigour, strain, stress, strictness, tension {zn.}
strakheid
to aim, to attempt, to endeavour, to try, to bother, to exert, to strain, to strive {ww.}
streven
zich inspannen
pogen
zich inspannen
pogen
tone, strain, style {zn.}
intonatie
toon
toon