Vertaling van rack

Inhoud:

Engels
Nederlands
rack {zn.}
net
rek
bagagenet  [o]
to stretch, to wind up, to rack, to strain, to stress, to tense, to tighten {ww.}
uitrekken
strekken
opwinden
spannen
nauwer aanhalen

I rack
you rack
we rack

ik rek uit
jij rekt uit
wij rekken uit
» meer vervoegingen van uitrekken

cabinet, rack {zn.}
rek
etagère [v]
grating, grid, grille, grating, lattice, rack, wicket {zn.}
traliehek
rooster [o]
hek  [o]
afrastering [v]
luggage carrier, luggage rack, rack {zn.}
bagagedrager [o]

Gerelateerd aan rack

stretch - wind up - strain - stress - tense - tighten - cabinet - grating - grid - grille - lattice - wicket - luggage carrier - luggage rack